
Heb jij dat ook wel eens? Dat je wegkijkt als de leraar een vraag stelt in de klas en je hoopt niet de beurt te krijgen? Of dat je super opgelucht bent als je het goede antwoord hebt gegeven? Vind je het ook vreselijk als de leraar de resultaten hardop teruggeeft?
Weet je dat dat een aanwijzing kan zijn voor faalangst?
Bij faalangst denken we meestal aan kinderen die echt niet durven. Die huilen en wegrennen of trillen en geen stap meer verzetten. Maar faalangst is ook als je altijd denkt dat je het fout doet, ook al doe je het meestal goed. Als je jouw dingen vergelijkt met iemand anders. Je denkt vaak dat de ander beter is. Of als iets goed gaat, komt dat zeker niet door jou. Dat zijn ook gedachten die bij faalangst horen.
We noemen dat onzeker of weinig vertrouwen in jezelf hebben. Het hoort bij faalangst.
En wat is het meest kenmerkende bij faalangst? We willen geen fouten maken of betrapt worden op het maken van fouten.
Jouw gedrag verandert als je faalangst hebt. Dit kan er bijvoorbeeld veranderen:
- Je gaat je onopvallend gedragen, zodat de leraar je geen beurt geeft in de klas.
- Je gaat je juist heel opvallend gedragen om te verbergen dat je iets moeilijk vind.
- Je vraagt veel om hulp
- Je gaat heel precies werken, maar daardoor ook langzaam werken, waardoor je nog veel werk thuis moet doen
- Je durft niet naar je vriend(in) toe te lopen die om de hoek woont.
- Je probeert weinig nieuwe dingen
- Op school ben je een heel ander kind dan thuis. We zien vaak dat kinderen thuis heel boos of verdrietig kunnen zijn.
Iedereen vind weleens iets heel spannend. Bijvoorbeeld een boekpresentatie, een toets, een stukje voorlezen in de klas.
Het kan zijn dat je nu denkt ‘misschien heb ik wel faalangst’. Dat kan en gelukkig kun je daar iets aan doen!
Bij faalangst gebeurt er van alles in je lijf, want je lijf zorgt dat het kan vechten of vluchten. Dat is een heel oud overlevingssysteem. Daar hoeven we niks voor te doen, dat is er meteen. Dit is niet altijd handig, zeker niet als je wilt oefenen voor die boekbespreking. Hiernaast is er geen echte angst nodig, want een boek zal je niet aanvallen en in de klas gebeuren er geen levensbedreigende dingen. Toch gebeurt er hetzelfde in je lijf: je lijf denkt dat je in gevaar bent. Bij dit soort dingen is dit soort angst niet nodig.
Even laten zakken…
Om je lijf te helpen kun je een paar dingen doen om te ontspannen of tot rust te komen:
- Geen snoep of suiker eten/drinken, dus drink water of thee en eet wat fruit of noten
- Adem 5 x rustig diep in en uit
- Maak 10x een squat (hurken)
- Zoek een rustige plek met weinig geluid of waar weinig gebeurt
- Plan pauzes in
Onderzoeksbril op! Je gaat onderzoeken wanneer je last hebt van deze angst waar je niets aan hebt. Hoe ziet dat er uit? Wat ga je uit de weg? En wat gebeurt er in je lichaam als de angst het even overneemt? Bespreek je het met anderen? Vraag dan eens of ze het ook herkennen. Bij zichzelf of bij jou. Het komt namelijk vaker voor dan je denkt!
Als je lijf eenmaal wat meer ontspannen is en je hebt een beeld over jouw faalangst. Dan kun je wellicht een behulpzame gedachte maken herhalen. Bijvoorbeeld: ‘ik kan voor de klas staan en mijn boekbespreking doen’. Deze is positief en krachtig! Dit stuk gaat over het doen van de boekbespreking. Het kan nog steeds zijn dat je dan een minder goed cijfer hebt dan je verwachtte. Maar je hebt hem in ieder geval wel gedaan!
Faalangst, een toenemend verschijnsel
Helaas lezen wij dit voortdurend in de media. Het werkt enorm belemmerend voor een kind.
Herken je onderstaande?
Bij een kind:
- het kind gedraagt zich thuis heel anders dan op school (woede uitbarstingen, huilbuien),
- het heeft moeite met sociale contacten leggen of vrienden behouden.
- Het is zo af en toe heel negatief/onzeker over zichzelf
- Het gaat ’s ochtends met buikpijn naar school
- Slechte resultaten behalen is je eigen schuld, goede resultaten halen komt door een ander
Je kunt jezelf veel moeite besparen door hier nu iets aan te doen; het kan je de rest van je leven helpen
Kenmerken van faalangst
Kenmerkend gedrag voor kinderen met faalangst zijn:
- Grotere afhankelijkheid (iedere hulp van buitenaf is welkom)
- Verminderde zelfstandigheid bij het aanpakken en uitvoeren van een opdracht.
Dit kan ook juist tegenovergesteld zijn: weinig afhankelijk en grote mate van zelfstandigheid om niet geconfronteerd te worden. Ze zijn dan vaak weinig stuurbaar en aanspreekbaal - Introvert: Op zichzelf (geven zichzelf moeilijk bloot en geven niet snel hun mening).
- Extravert: Overstemmen (druk, brutaal gedrag en clownesk).
Je ziet in gedrag veelal twee gedragskenmerken bij faalangst: vluchtgedrag of vechtgedrag (natuurlijk spanningsgedrag).
Vermijden, dus zorgen dat je niet in aanraking komt met datgene waar je zou kunnen falen (vaak ook fysieke klachten) of juist overschreeuwen, overbeweeglijk en overpresteren om de aandacht niet op het falen te richten en de spanning te verwerken.
Ben je benieuwd of jouw kind, of jijzelf, misschien faalangst heeft? Kijk eens in onze shop. Daar vind je een gratis downloadbare zelftest.
Wat kun je er zelf aan doen?
Faalangst ontwikkelen gebeurt bij de ene mens wel en de andere niet. Dit verschilt sterk per persoon. Sommige kinderen zijn nu eenmaal angstiger aangelegd of zijn ernstiger van aard waardoor ze makkelijker faalangst ontwikkelen dan anderen. Daarom ziet faalangst er bij iedereen anders uit, omdat iedereen andere ingrediënten heeft bij het ontwikkelen ervan.
Het is dus zaak dat je achter de ingrediënten van de faalangst van je kind komt.
Hoe doe je dit?
Wij hebben onze visie en kennis gebundeld in een handboek over faalangst. Het boek neemt je stap voor stap mee en legt alles uit wat je moet weten en zelf kunt doen. Je gaat samen met jouw kind aan de slag met het boek.
Kom vooral zelf in actie! Zet jezelf in de doe-stand.
Als we nieuwe dingen willen leren, is het nodig dat je minimaal zes weken vaak oefent. Daarna is er een nieuwe verbinding gemaakt in je hersenen en kun je die gaan gebruiken. Het is van jou geworden.
Gedrag of gedachten die je tegenwerken, hebben al een verbinding die veel gebruikt wordt.
Als je niet weet hoe jouw gedachten zijn, zal gedrag steeds hetzelfde blijven. Er is dan steeds een beoordeling naar jezelf toe die blijft bestaan: ‘Ik doe het altijd fout, ik kan ook niets, ik ben echt dom’.
Deze gedachten maken een kind alleen maar kleiner en minder zelfverzekerd. Dat is onnodig. Het is tenslotte niet waar.
Hoe kunnen we deze gedachten opsporen en vervangen door gedachten die kloppen? Hier kom jij als opvoedkundige (dus ook ouder) in beeld.
Geef het voorbeeld, voorkom kopiëren van gedrag
Ook al wil je het niet, jouw ongerustheid, zorgen, risico’s en afwegingen zijn een voorbeeld voor je kind. Het kind leert door middel van het kopiëren van gedrag.
Geweldig als jij dus samen met het kind op weg gaat om het anders te gaan doen. Jij doet dan voor hoe je met situaties omgaat en je vaardigheden eigen maakt.
Het kind kopieert dit gedrag. Kijk dus goed naar je eigen gedrag en opvattingen. Problemen die zich bij het kind uiten, komen eigenlijk nooit uit de lucht vallen.
Geen tijd?
Wij horen veel om ons heen dat ouders het druk hebben. Dit beamen wij. Het is ook druk. Er moet veel. Kinderen willen veel aandacht, hebben clubjes waar ze heen moeten, of naar coaching omdat het niet zo goed gaat. Denk jij nu ook: ‘hier heb ik de tijd niet voor. Het is veel handiger om mijn kind naar een hulpverlener te brengen’.
Dan geven wij hier graag een aantal redenen waardoor wij hopen dat je van mening verandert. En er wel de tijd voor vrijmaakt. Het is namelijk veel effectiever om samen dit proces in te gaan:
- Jouw kind heeft niet het gevoel dat het probleem bij hem of haar vandaan komt. Het ziet in dat ook jij als ouder fouten maakt. Zeggen: ‘Ik maak ook foutjes’ of ‘van fouten kun je leren’ is niet voldoende voor een kind. Het zien dat een ouder ook nog steeds moet oefenen bij nieuwe dingen, geeft een kind inzicht in dat je moet leren. Hoe oud of jong je ook bent. Dit is een verandering van de manier waarop je naar de wereld kijkt. En dat is precies wat wij met onze methodiek in gang willen zetten. ?
- Als een kind steeds alleen ergens heen gaat om meer zelfvertrouwen te krijgen, duurt het veel langer tot het ook daadwerkelijk meer zelfvertrouwen toont/heeft.
- Je helpt het kind ECHT. Het is namelijk als hulpverlener zo enorm lastig om een situatie te veranderen als er thuis niets verandert. Je zou het kunnen vergelijken met het volgende. Stel je hebt overgewicht door een slecht eetpatroon. Je gaat naar een plek waar je gezonde voeding krijgt aangeboden. Het ontbreekt je aan niks. Je leeft gezond, hebt alle tijd om te sporten. Na enkele maanden ga je naar huis, waar je weer dezelfde planning hebt, met hetzelfde eten en dezelfde verleidingen. Dit werkt het beste als de omgeving ook meebeweegt.
- Het kind voelt zich gezien en gehoord. Iets waar het juist naar op zoek is. De f-Art methode spoort juist aan om de band met ouders/verzorgers te versterken. Hoeveel kansen neem je als opvoeder in een leven waarin je je kind echt hoort in zijn/haar behoefte? Eigenlijk alleen als er een probleem zich voordoet. Dat hebben wij zelf ook gemerkt. Als je echt leert waar gedrag vandaan komt en hoe je dit positief kunt beïnvloeden, plukken jullie daar samen de rest van de tijd met je kind de vruchten van.
de f-ART methode
De f-Art methodiek is een zelfhulp methodiek. Omdat wij ervan overtuigd zijn dat de wereld er mooier uit gaat zien als we als mens meer kennis opdoen. Hiervoor moeten mensen het delen. Dit hebben wij nu gedaan in de vorm van onze methode. De methode bestaat uit een stapsgewijze uitleg via het boek plus creatieve opdrachten. Bij elke opdracht staat aangegeven welke materialen nodig zijn om deze oefening uit te voeren. Deze materialen heeft iedereen doorgaans in huis. Mocht je het net als wij fijn vinden om met specialere materialen te werken, dan hebben wij die te koop in onze webshop.
Stap 1: zelfhulp via het boek. Je zult merken dat er meteen verandering in gang wordt gezet. Soms duurt het even voor je zelf iets ziet, maar ga er maar vanuit dat er een verandering plaatsvindt. Hiernaast is er een verdieping van de uitleg uit het boek: de training Faalkunstenaar. Leer om te gaan met falen en durf als een echte kunstenaar te experimenteren.
Faalkunstenaar
We hebben de training voor twee soorten groepen gemaakt. Voor ouders, sporttrainers, muziekdocenten en andere mensen die veel met kinderen te maken hebben in het dagelijks leven. En voor hulpverleners.
De training gaat bij de eerste groep vooral over de theorieën die te maken hebben met uitleg over gedrag, waar het vandaan komt en hoe je het kunt herkennen. Aangevuld met creatieve opdrachten
Wat leer je?
Je leert hoe je faalangst kunt herkennen. Je krijgt basiskennis over gedrag, hoe het ontstaat en waar je rekening mee moet houden. We leggen alle tools uit, waar komen ze vandaan, wat is de achtergrond informatie en hoe kun je ze inzetten. De groeiboom is een tool die wij hebben ontwikkeld om alles in de praktijk te brengen. Dit is het meest lastige stuk. Tijdens de training krijg je alle theorieën en methoden die wij hebben gebruikt volledig uitgelegd. Zodat jij straks op jouw manier gezinnen kunt gaan begeleiden. Hiernaast is er natuurlijk het grootste stuk vrijgemaakt voor de creatieve oefeningen. Ook hier krijg je uitgebreid uitleg over. Hoe zijn de oefeningen opgebouwd, wat is het doel van de opdracht, welke achtergrond informatie moet je hierover weten. Zo kun je zelf eventueel opdrachten zelf verzinnen die hetzelfde doel hebben en dus dezelfde uitwerking.
Vooraf aan de training komt een vragenlijstje: wat verwacht je van de training, wat wil je leren? Dit doen wij om te kijken of de training jou wel gaat bieden waar je naar op zoek bent. Zonde van je geld als het niet aansluit.

Faalkunstenaar
Leer als ouder, sporttrainer, muziekdocent, (kinder)coach of hulpverlener hoe je creatieve middelen in kunt zetten in de jacht naar de verschillende vormen van angst en ander belemmerend gedrag.